Naar hoofdinhoud
De in het eerste lid van dit artikel opgenomen beperking met betrekking tot vorderingen op grond van art. 58 lid 1 Participatiewet, artikel 25 lid 1 IOAW en artikel 25 lid 1 IOAZ volgt uit art. 60c Participatiewet. De wet biedt het college op dit punt geen beleidsvrijheid. Met betrekking tot het tweede lid sub a: Indien belanghebbende in beginsel in staat moet worden geacht zijn schulden binnen een redelijke periode te kunnen voldoen, is er geen reden om af te zien van terugvordering. Pas als voorzienbaar is dat belanghebbende niet zal kunnen doorgaan met het betalen van zijn schulden kan er aanleiding zijn om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien. Met betrekking tot het tweede lid sub b: Daar volgens de ‘Gedragscode Schuldregeling Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet’ schuldhulpverlenende instellingen slechts meewerken indien de gehele schuldenlast kan worden gesaneerd, stemt de gemeente slechts toe indien alle schuldeisers meewerken. Met betrekking tot het tweede lid sub c: De gemeente die bijstand terugvordert wordt als preferente schuldeiser aangemerkt. Om akkoord te kunnen gaan met een voorstel, dient aan de gemeente derhalve een dubbel percentage aangeboden te worden ten opzichte van concurrente schuldeisers.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel