De kosten voor een verhuizing zijn algemene kosten. Als er sprake is van een bijzondere situatie, kun je hiervoor bijstand “om niet” verlenen. Let daarbij goed op wat iemand wel of niet zelf kan; bijvoorbeeld met hulp van vrienden of familie in plaats van professionele verhuizers. Opslag van inboedel kan noodzakelijk zijn.
Leenbijstand wordt in principe niet meer verstrekt. Als er echt sprake is van een bijzondere situatie en bijzondere kosten wordt bijstand om niet verleend.
Het verstrekken van leenbijstand is onwenselijk omdat daarmee het nemen van eigen verantwoordelijkheid wordt ontmoedigd en de kans op overkreditering toeneemt. Leenbijstand wordt immers niet getoetst of geregistreerd door het BKR.
Soms verkeren mensen in zodanige omstandigheden dat bijstandsverlening noodzakelijk is. Het kan gaan om:
Mensen die uit de crisisopvang komen en opnieuw moeten beginnen (Blijf-van-mijn-lijf huis)
Mensen die na langdurige verblijf in een verzorgings- of verplegingshuis weer zelfstandig gaan wonen en onvoldoende middelen hebben.
Mensen die om medische redenen moeten verhuizen en niet door eigen toedoen buiten de werking van de voorliggende voorzieningen vallen.
Mensen die vanwege sociale redenen met spoed moeten verhuizen, zonder dat er een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening.
Jongeren die vanuit een crisissituatie zelfstandig gaan wonen
Als er geen reserveringen zijn die aangewend kunnen worden, of mogelijkheden om een lening af te sluiten bij een Kredietbank, dan kan er bijstand (om niet) worden verstrekt.
Leenbijstand kan enkel nog worden verstrekt in uitzonderlijke situaties waarbij de noodzaak tot bijstandsverlening het gevolg is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan. (Artikel 48, 2de lid onder b, Participatiewet). Dit is niet bedoeld als ontsnappingsclausule. Als iemand niet of onvoldoende gereserveerd heeft voor vervangingsuitgaven is dat geen reden om (leen)bijstand te verstrekken.
Het kan alleen gaan om kosten die in bijzondere situaties noodzakelijk zijn, niet uitstelbaar zijn en die onvermijdelijk gemaakt moeten worden waarbij er geen enkel ander beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening.
Voor alle leenbijstand geldt standaard dat na 36 termijnen aflossing, het restant wordt kwijtgescholden. De aflossing is standaard 6% van de norm.
In principe wordt het standpunt gehanteerd dat er voor de kosten van een verhuizing gereserveerd moet worden. In incidentele gevallen kan hiervan worden afgeweken. De criteria hiervoor zijn:
de verhuizing is noodzakelijk;
de extra kosten zijn noodzakelijk (een belanghebbende heeft geen mogelijkheid om de inboedel zelf te vervoeren);
er is sprake van bijzondere omstandigheden (zie hierboven) waardoor er niet is gereserveerd;
er is geen voorliggende voorziening (verhuizing in verband met medische noodzaak valt bijvoorbeeld onder de Wmo).
Geen bijzondere omstandigheden zijn aanwezig waar het gaat om de eerste huisvesting van jongeren die het ouderlijk huis gaan verlaten. Deze kosten wordt niet als noodzakelijk gezien omdat de keuze van het moment van zelfstandig wonen aangepast kan worden aan de financiële middelen van de jongere.
Verhuiskosten
duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten
de noodzakelijke kosten die rechtstreeks verband houden met de verhuizing, bijvoorbeeld transportkosten.
Hoogte bijzondere bijstand
Gekozen moet worden voor de goedkoopst adequate oplossing. Als de belanghebbende bijvoor- beeld in het bezit is van een auto kan volstaan worden met de huur van een boedelbak.
Bewijsstukken
Kostenoverzicht van de te verwachten kosten.
Hoofdstuk 15
Artikel 15.1
Verhuiskosten
Onderdeel van Beleidsregel Bijzondere Bijstand Gemeente Oldebroek 2015