In aanmerking te nemen inkomen
Van het in aanmerking te nemen inkomen worden de middelen bedoeld in artikel 31 lid 2 Participatiewet en artikel 33 lid 5 Participatiewet niet tot het draagkrachtinkomen van belanghebbende gerekend. De componenten als bedoeld in genoemde artikelen worden dus ook voor de bijzondere bijstand niet tot de middelen gerekend. Dit geldt dus ook voor een particuliere oudedagsvoorziening wanneer de pensioengerechtigde leeftijd is bereikt. Het inkomen wordt dus op dezelfde wijze vastgesteld als bij de algemene bijstand. Het inkomen wordt afgezet tegen de bijstandsnorm.
Er wordt geen rekening meer gehouden met het inkomen van minderjarige kinderen. Ook niet als er bijzondere bijstand wordt aangevraagd voor het minderjarige kind.
Peildatum draagkrachtinkomen
Uitgangspunt is in principe het periodieke inkomen van de maand van aanvraag. Moeten de kosten nog gemaakt worden, dan wordt uitgegaan van het periodieke inkomen van de belanghebbende(n) in de maand van aanvraag.
Bij wisselende inkomsten wordt uitgegaan van het gemiddelde inkomen gedurende het afgelopen half jaar. Het (periodieke) inkomen wordt omgerekend naar een netto jaarinkomen.
In aanmerking te nemen vermogen
Ieder vermogen boven de vermogensgrenzen als bedoeld in artikel 34, lid 3 wordt als draagkracht voorzien. De onderdelen als bedoeld in artikel 34, lid 2 Participatiewet worden bij de bepaling van het draagkrachtvermogen niet in aanmerking genomen. Het vermogen wordt dus op dezelfde wijze vastgesteld als bij de algemene bijstand.
Bijzondere situaties
Geen draagkracht bij WSNP
Bij een belanghebbende ten aanzien van wie een schuldsaneringsregeling op grond van de WSNP is uitgesproken, geldt dat het college alleen de draagkracht kan berekenen over middelen waarover belanghebbende daadwerkelijk de beschikking heeft (zie CRvB 01-02-2005, nr. 02/93 NABW). De CRvB neemt hierbij als uitgangspunt dat dit slechts de middelen betreft die op de voet van artikel 295 lid 2 Fw buiten de boedel worden gelaten. Aangezien dit in de praktijk neerkomt op 90% van de bijstandsnorm, betekent dit dat er in het algemeen geen draagkracht zal bestaan bij een belanghebbende ten aanzien van wie een wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing is.
Draagkracht en beslag
Als op (een deel van) het inkomen van belanghebbende executoriaal beslag is gelegd waardoor belanghebbende over dat (deel van het) inkomen geen feitelijke bestedingsmogelijkheid heeft, noch beschikkingsbevoegd is, noch een mogelijkheid heeft om het hem uit te laten betalen, mag het college bij de berekening van de draagkracht in het kader van de bijzondere bijstand met dat (deel van het) inkomen geen rekening houden, omdat belanghebbende niet redelijkerwijs kan beschikken over dat (deel van het) inkomen (zie CRvB 28-03-2006, nr. 04/5464 NABW).
De bestuursrechtelijke premieheffing Zorgverzekeringswet (Bronheffing) lijkt op beslag maar is anders van aard. De Bronheffing bestaat voor een deel uit vervangende premie voor de basisverzekering en voor een deel uit een boete. De Bronheffing is bedoeld als drukmiddel om tot een schuldregeling te komen bij de zorgverzekeraar voor een (oude) premieachterstand.
Zo’n regeling kan elk moment ingaan. Zodra er een regeling is getroffen en er een stabilisatieovereenkomst is afgesloten, meldt de Zorgverzekeraar de betrokkene af voor de Bronheffing. Als er naast Bronheffing beslag ligt heeft dat invloed op de hoogte van het beslag. Het kan voorkomen dat het beslag (nog) niet, of maar deels, kan worden geëffectueerd. Alleen geëffectueerd beslag verlaagt de draagkracht.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.1
In aanmerking te nemen middelen voor draagkracht
Onderdeel van Beleidsregel Bijzondere Bijstand Gemeente Oldebroek 2015