Ouders kunnen aan hun onderhoudsverplichting voldoen door hun kind te laten inwonen. Een thuiswonende kan daarmee dus wel een beroep op zijn ouders doen en heeft daarom geen recht op aanvullende bijzondere bijstand.
Recht op bijzondere bijstand uitwonenden:
Als de jongere uitwonende is en de uitwoning is als noodzakelijk beoordeeld en hogere bestaanskosten heeft, dan waarin zijn inkomensvoorzieningsnorm voorziet en de middelen van zijn ouders hiertoe ontoereikend zijn of hij redelijkerwijs zijn onderhoudsrecht jegens zijn ouders niet te gelde kan maken, kan op grond van artikel 12 Participatiewet aanvullende bijzondere bijstand verstrekt worden. De bijzondere bijstand wordt waar mogelijk verhaald.
Beoordeling noodzaak uitwoning
De noodzaak van het zelfstandig wonen dient te worden vastgesteld. Dit kan blijken uit een indicatie van een hulpverleningsinstantie. Als de jongere voor de bijstandsbehoefte al langer dan 12 maanden zelfstandig woont (blijkens het GBA), is deze indicatie niet nodig. Bij gehuwde jongeren dient de beoordeling individueel per jongere te geschieden.
De indicatie van de instantie kan zich op 3 zaken richten:
de noodzaak van het uitwonend zijn van de jongere (crisissituatie, verstoorde
relatie enz.);
de (on)mogelijkheid dat de jongere zelf een beroep doet op de ouders;
de mogelijke nadelige gevolgen voor de jongere of het hulpverleningsproces als de gemeente de ouders benadert in verband met bijstandsverhaal. Bijvoorbeeld als de jongere op een geheim adres verblijft.
Soms kan een verklaring van een hulpverleningsinstantie achterwege blijven:
de ouders zijn overleden (let in dat geval op of de klant ANW rechten heeft);
de ouders zijn gedetineerd of opgenomen in een inrichting;
de ouders verblijven in het buitenland en contact is niet goed mogelijk;
als er al een verklaring is van een deskundige (bijvoorbeeld politierapport);
als er voorheen een justitiële maatregel gold.
In deze gevallen is uitwonend zijn een noodzaak..
Hoogte bijzondere bijstand
De aanvullende bijzondere bijstand bedraagt een percentage van de gehuwdennorm art.21
lid c Participatiewet
voor de alleenstaande van 18 jaar: 25%
voor de alleenstaande van 19 of 20 jaar: 30%:
voor de alleenstaande ouder van 18, 19 of 20: 30%;
voor de gehuwde van 18, 19 of 20 jaar: 15%.
Van de standaardbedragen kan op grond van individuele omstandigheden naar boven of beneden afgeweken worden als de hoogte van de woonlasten daartoe aanleiding geven.
De bijstand inclusief de aanvulling mag niet hoger zijn dan de bijstand voor personen van 21 jaar of ouder in vergelijkbare woonsituatie.
Hoofdstuk 8
Artikel 8.1
Hoogte bijzondere bijstand 18 t/m 20-jarigen niet in een inrichting
Onderdeel van Beleidsregel Bijzondere Bijstand Gemeente Oldebroek 2015