Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9

Artikel 9.2

LBIO (Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen)- bijdrage residentiële opvang

Onderdeel van Beleidsregel Bijzondere Bijstand Gemeente Oldebroek 2015

9.2.1 LBIO-bijdrage De wijze waarop de LBIO-bijdrage wordt vastgesteld leidt ertoe dat de ouder de ouderbijdrage moet bekostigen uit eigen middelen, waaronder de kinderbijslag op grond van de Algemene kinderbijslag (AKW). Er bestaat in principe dan ook geen recht op bijzondere bijstand omdat de voorliggende voorziening, de kinderbijslag, moet worden aangemerkt als een passende en toereikende voorziening in de zin van de Participatiewet. (Rb Leeuwarden, 17-03-1999, nr. 97/1019, JABW 9-1999-nr. 81) Leenbijstand Omdat bij een niet tijdige betaling van de LBIO-bijdrage mogelijk het recht op kinderbijslag gevaar loopt, kan er als dit noodzakelijk is eenmalig leenbijstand voor deze kosten verstrekt worden. Aan de ouder moet de verplichting worden opgelegd om van de eerstvolgende uitbetaling kinderbijslag de LBIO-bijdrage te betalen. Geen LBIO-bijdrage bij een ouder met één kind. De ouder met één kind kan bij een uithuisplaatsing gelijkgesteld worden aan een alleenstaande. De LBIO-bijdrage voor een persoon met een bijstandsuitkering naar de norm voor een alleenstaande wordt buiten invordering gesteld 9.2.2 Reiskosten bezoek aan uit huis geplaatste kinderen/omgangsregeling De reiskosten voor bezoek aan een uit huis geplaatst kind door ouder(s) komen voor bijzondere bijstand in aanmerking. De noodzaak en frequentie wordt op individuele basis vastgesteld (op advies van een instelling, bijv. Jeugdbescherming). Er wordt bijzondere bijstand verstrekt als de afstand enkele reis meer dan 10 kilometer is. Volgens vaste jurisprudentie komen de reiskosten die worden gemaakt in verband met een omgangsregeling, omdat beide (gescheiden) ouder niet dicht bij elkaar wonen, niet voor bijzondere bijstand in aanmerking. De reiskosten in het kader van een omgangsregeling komen ten laste van de ouder tot wiens gezin het kind behoort. De kosten worden gezien als uitgaven welke in het familieverkeer normaliter voorkomen en dus om die reden niet kunnen worden beschouwd als uit bijzondere omstandigheden. Hoogte bijzondere bijstand Auto: de feitelijk te rijden kilometers, per kilometer wordt een bedrag vergoed van € 0,19 per kilometer op basis van de kortste route. Openbaar vervoer: de werkelijk te maken kosten (goedkoopst adequate oplossing). Bewijsstukken Bewijs van uithuisplaatsing; Bezoekregeling (van instelling, zoals bijv. Bureau Jeugdzorg); Strippenkaart/treinkaart.

Rechtspraak bij dit artikel