Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Hoogte van de subsidie ouderbijdrage

Onderdeel van Nadere regeling subsidieverstrekking peuterarrangementen

1. . Het college verleent de peutertoeslag voor 5 uur per week gedurende maximaal 40 weken per jaar als het een kind betreft in de leeftijd vanaf 2,5 jaar tot 4 jaar; 2. . In afwijking van het eerste lid verleent het college de peutertoeslag voor 10 uur per week gedurende maximaal 40 weken per jaar, indien het kind door het consultatiebureau als geïndiceerde VVE peuter is beoordeeld; 3. . In afwijking van het eerste lid verleent het college de peutertoeslag voor 10 uur per week gedurende maximaal 40 weken per jaar, indien het kind door het consultatiebureau als geïndiceerde VVE peuter is beoordeeld; 4. . De subsidie wordt betaald aan het bevoegd gezag zijnde een gecertificeerde voorschoolse voorziening; 5. . Deze verrekent de subsidie met de door ouders te betalen eigen bijdrage en voor ouders die in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag met de basis-uurprijs, gebaseerd op de landelijke richtlijnen voor kinderopvangtoeslag het zogeheten normtarief kinderopvang. 6. . Het college bepaalt jaarlijks het maximale subsidiebedrag per peuter per uur (peutertoeslag). Per geplaatste peuter mag alleen het aantal peuterarrangementuren worden gedeclareerd van maximaal 10 uur per week voor een geïndiceerde VVE peuter en 5 uur per week voor een niet geïndiceerde peuter voor een maximum van 40 weken per jaar. Het maximale subsidiebedrag (peutertoeslag) bedraagt per 1-1-2016 € 9,14 per geplaatste peuter per uur.

Rechtspraak bij dit artikel