Ouders zijn verplicht wijzigingen die van directe invloed zijn op de toegekende vervoersvoorziening door te geven aan het college. Ouders dienen dit zo snel mogelijk te doen.
Van invloed op de vervoersvoorziening zijn onder andere:
wijziging van het woonadres van de leerling, bijvoorbeeld door verhuizing;
verandering van school (bijvoorbeeld van speciaal onderwijs naar voortgezet speciaal onderwijs)
wijziging van het adres van de school;
wijziging van schooltijden;
verandering van de reistijd, bijvoorbeeld door een wijziging in het openbaar vervoer;
wijziging in de gezinssituatie die van invloed zijn op de mogelijkheid een leerling te kunnen begeleiden;
verandering in de beperking van de leerling waardoor de leerling op een andere vervoersvoorziening is aangewezen;
langdurig (ziekte)verzuim.
Als de wijziging daartoe aanleiding geeft, trekt het college de verstrekte vervoersvoorziening in, en kent het college al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe (tweede lid).
Het college kan, zonder dat ouders iets hebben doorgegeven, zelf wijzigingen constateren die van invloed kunnen zijn op de vervoersvoorziening. Daarbij kan blijken dat ouders ten onrechte bekostiging (hebben) ontvangen. Het vierde lid, biedt in dergelijke situaties een kapstok om de ten onrechte betaalde bekostiging terug te vorderen of in mindering te brengen bij eventueel nieuw te verstrekken bekostiging.