Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in
artikel 1, onder b, sub 1, te beschadigen of te
vernielen.
Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag:
een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1,
onder b, sub 1, af te breken, te verstoren, te
verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen;
een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1,
onder b, sub 1, te herstellen, te gebruiken of te
laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het
wordt ontsierd of in gevaar gebracht.
Een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in
het tweede lid is niet vereist indien deze activiteit
betrekking heeft op:
gewoon onderhoud, voor zover detaillering,
profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur
niet wijzigen en bij een tuin, park of andere
aanleg, de aanleg niet wijzigt, of;
een activiteit die uitsluitend leidt tot inpandige
veranderingen van een onderdeel van een gemeentelijk
monument dat uit oogpunt van de monumentenzorg geen
waarde heeft.
Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede
lid, gelden niet indien het college nadere regels stelt met
betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te
worden uitgevoerd.
Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een monument
met een religieuze bestemming, geen vergunning als bedoeld
in het tweede lid, dan in overeenstemming met de eigenaar
indien en voor zover het een vergunning betreft, waarbij
wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het
monument in het geding zijn.
Hoofdstuk 3.
Artikel 10.
Instandhoudingbepaling
Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Steenbergen 2015