Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5

Inwerkingtreding en citeertitel

Onderdeel van Beleidsregel individuele inkomenstoeslag gemeente Heerlen 2015, eerste wijziging

Deze beleidsregel treedt in werking op 1 juli 2015, onder intrekking van de beleidsregel individuele inkomenstoeslag gemeente Heerlen 2015. Deze beleidsregel wordt aangehaald als: beleidsregel individuele Inkomenstoeslag gemeente Heerlen 2015, eerste wijziging. Aldus besloten tijdens de vergadering van het college van burgemeester en wethouders der gemeente Heerlen van 7 juli 2015. gemeentesecretaris, mw. C.L.A.F.M. Bruls waarnemend burgemeester, mr. drs. F.H.H. Weekers Algemene toelichting Per 1 januari 2015 kunnen gemeenten aan personen die voldoen aan de voorwaarden van artikel 36 Participatiewet een individuele inkomenstoeslag toekennen. Deze toeslag moet worden aangemerkt als een vorm van bijzondere bijstand (artikel 5 onderdeel d Participatiewet). De gemeenteraad moet op grond van artikel 8 lid 1 onderdeel b Participatiewet in een verordening regels stellen over het verlenen van een individuele inkomenstoeslag. De gemeenteraad heeft daarvoor de Verordening individuele inkomenstoeslag 2015 vastgesteld. Het college kan aan een belanghebbende een individuele inkomenstoeslag toekennen, maar heeft hierbij beleidsruimte. In beleidsregels kan het college nadere voorwaarden verbinden aan het recht op individuele inkomenstoeslag. Dit brengt met zich mee dat het college ook kan bepalen dat belanghebbenden die niet voldoen aan bepaalde voorwaarden of doelgroepen worden uitgesloten van het recht op inkomenstoeslag. Het inperken van de doelgroep kan formeel niet geregeld worden in de verordening. De verordeningsopdracht van de gemeenteraad biedt hiervoor geen grondslag. Daarom kan uitsluitend het college - als uitvoerder van het verstrekken van een individuele inkomenstoeslag - regels stellen over hoe wordt omgegaan met de bevoegdheid een individuele inkomenstoeslag te verstrekken. Op grond van artikel 4 tweede lid van de Verordening Individuele inkomenstoeslag 2015 kan het college nadere regels stellen over welke aanvullende voorwaarden gelden om in aanmerking te komen voor de toeslag. Deze beleidsregels betreffen de nadere invulling van bovengenoemd artikel uit de Verordening individuele inkomenstoeslag 2015. Uitzicht op inkomensverbetering: In deze beleidsregel wordt het begrip “uitzicht op inkomensverbetering” als volgt uitgelegd: Bijstandsklanten die langdurig afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering en medische of psychische belemmeringen hebben, hebben in de regel geen zicht op inkomensverbetering. Deze doelgroep komt in aanmerking voor de inkomenstoeslag. Bijstandsklanten die een traject naar werk volgen, hebben mogelijk wel zicht op inkomensverbetering, maar kunnen deze theorie veelal niet in de praktijk omzetten naar een betaalde baan. Enerzijds omdat deze doelgroep vaak niet aan de hoge eisen van werkgevers voldoen. Anderzijds biedt de huidige economische situatie weinig baanopeningen voor deze doelgroep. Bijstandsklanten die parttime werken en een aanvullende bijstandsuitkering hebben, lijken zicht te hebben op inkomensverbetering. Immers: als ze volledig zouden uitstromen naar werk, is er sprake van uitstroom uit de bijstand en daardoor veelal inkomensverbetering. Echter, veelal lukt het deze groep niet om volledig uit te stromen. Soms vanwege medische/psychische beperkingen. Veelal ook omdat er ook voor deze doelgroep weinig baanopeningen zijn. Het is derhalve voor de klanten die gemotiveerd meewerken aan een re-integratie traject en er alles aan doen om uit stromen, maar dit niet kunnen bezegelen met een betaalde baan niet fair om deze doelgroep te straffen door ze uit te sluiten van de inkomenstoeslag. Dit geldt overigens niet voor de doelgroep die bewust parttime werkt en niet meer uren wil werken. Deze klanten komen niet in aanmerking voor de inkomenstoeslag. Ditzelfde geldt ook voor de doelgroep die niet gemotiveerd is om mee te werken aan een re-integratietraject en niet actief op zoek is naar een baan. Deze klanten krijgen door het niet meewerken aan een traject c.q. overige verplichtingen op grond van de Participatiewet een afstemming (op grond van de Afstemmingsverordening). Klanten met een afstemming vanaf de 2e categorie, ontvangen géén inkomenstoeslag. Voor deze burgers gaat de referteperiode opnieuw tellen vanaf het einde van de maatregel. De afstemming van de 1e categorie betreft het niet inschrijven/verlengen inschrijving bij het UWV als werkzoekende. Een maatregel van de 1e categorie heeft geen invloed op de individuele inkomenstoeslag. Klanten die frauderen, komen eveneens niet in aanmerking voor de inkomenstoeslag: heeft een klant een boete gehad gedurende de referteperiode, dan is deze klant uitgesloten van de inkomenstoeslag. De boete wordt opgelegd voor het schenden van de inlichtingenplicht. Uitsluiting vanwege de boete geldt voor boetes met benadelingsbedrag. Voor deze burgers gaat de referteperiode opnieuw tellen de maand na oplegging van de boete. Afstemmingen en boetes vóór 2015 De afstemmingen op grond van de Afstemmingsverordening WWB blijven ook meetellen tijdens de referteperiode voor de inkomenstoeslag. Dus afstemmingen vanaf 2012 worden nog meegeteld/meegewogen voor het recht op de inkomenstoeslag. Ditzelfde geldt voor opgelegde boetes vanaf 2013 (invoering bestuurlijke boete): de op grond van de beleidsregels Boete worden meegewogen voor het recht op de inkomenstoeslag. Artikelsgewijze toelichting

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel