Lid 1
De gekozen formulering kan op twee manieren worden geïnterpreteerd:
De kosten doen zich voor als de behandeling heeft plaatsgevonden (b.v. bij medische kosten en bij bewindvoerders de periode dat de bewindvoerder zijn tarief al van de rekening heeft
afgeschreven)
De kosten doen zich voor als een rekening wordt verstuurd (= datum nota).
Wij kiezen voor de interpretatie die voor de belanghebbende het gunstigst is.
Lid 2
Door de introductie van de kostendelersnorm ingaande 1 januari 2015 zouden veel mensen die nu recht op bijzondere bijstand hebben dat niet meer hebben, aangezien de kostendelersnorm lager is. Dat willen we niet.
Daarom is gezocht naar een systematiek die zoveel mogelijk bestaande rechten respecteert. Dat
doen we door bij de vaststelling van de draagkracht géén rekening te houden met de kostendelersnorm, maar uit te gaan van de “reguliere normen” uit artikel 20 t/m 23 van de Participatiewet.
Lid 3
Het is gemeentelijk beleid of bij de vaststelling van het netto-inkomen rekening wordt gehouden met het recht op vakantietoeslag over dat inkomen en zo ja, op welke wijze de hoogte van de vakantietoeslag wordt bepaald. Echter: ook indien de gemeente ervoor heeft gekozen om bij de
berekening van het in aanmerking te nemen inkomen de vakantietoeslag buiten beschouwing te laten geldt dat het inkomen moet worden afgezet tegen de bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag. Daarom is gekozen om het inkomen te nemen inclusief vakantiegeld. Indien bij de uitvoering het vakantiegeld niet bekend is, word in het kader van een efficiënte uitvoering een vast percentage aangehouden.
Lid 4
Alle inkomen boven het bedrag als bedoeld in het 2e lid van dit artikel wordt in aanmerking genomen als draagkracht.
Lid 5
De draagkracht is 100% van het in aanmerking te nemen inkomen als genoemd in artikel 31 Participatiewet bij de kosten voor direct levensonderhoud en geldt voor de volgende kostensoorten:
• Aanvullende bijzondere bijstand voor jongeren <21 jaar;
• Bijzondere bijstand inrichtingsnorm voor jongeren < 21 jaar;
• Woonkostentoeslag
• Doorbetaling vaste lasten bij verblijf in een inrichting
• Overbruggingsuitkering
• Toeslag voormalig alleenstaand ouder
Lid 7
Bij een belanghebbende ten aanzien van wie een schuldsaneringsregeling op grond van de WSNP is uitgesproken mag het college enkel de draagkracht berekenen over middelen waarover de belanghebbende daadwerkelijk de beschikking heeft (CRvB 01-02-2005, nr. 02/93 NABW). De CRvB neemt hierbij als uitgangspunt dat dit slechts de middelen betreft die op de voet van artikel 295 lid 2 Faillissementswet buiten de boedel worden gelaten. Aangezien dit in de praktijk neerkomt op 90% van de bijstandsnorm, betekent dit dat er in het algemeen geen draagkracht bestaat bij
een belanghebbende ten aanzien van wie een schuldsaneringsregeling van
toepassing is. Dit is tevens van toepassing op mensen die in een minnelijk
schuldhulpverleningstraject zitten, omdat zij de facto in een zelfde inkomenspositie verkeren.
Lid 9
Bij een periodieke verstrekking over een kortere periode dan 12 maanden wordt de draagkracht slechts verrekend over de maanden waarover de bijzondere bijstand wordt toegekend. De draagkracht over de overige maanden van dat betreffende jaar blijft buiten beschouwing.
Lid 10
Een vastgestelde draagkracht kan gedurende het jaar gewijzigd worden bij een naar het oordeel van het college ingrijpende wijziging in de financiële omstandigheden. De om deze reden gewijzigde draagkracht heeft geen gevolgen voor de reeds uitbetaalde bijzondere bijstand in dat kalenderjaar tenzij er sprake is van schending inlichtingenplicht op grond van artikel 17 van de Participatiewet.
HOOFDSTUK 1
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Beleidsregel individuele bijzondere bijstand gemeente Heerlen 2015, eerste wijziging