**1..** Burgemeester en wethouders beslissen op de in artikel 34, eerste
lid, bedoelde aanvraag binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag
en de daarbij over te leggen bescheiden en brengen de beslissing ter
kennis van de aanvrager.
**2..** Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing als bedoeld in het
eerste lid voor ten hoogste 6 weken verdagen. Van de verdaging wordt
schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager.
**3..** Burgemeester en wethouders kunnen hun bevoegdheid als bedoeld in het
eerste en tweede lid mandateren aan een toetsingscommissie. In dat
geval blijft het vierde lid buiten toepassing.
**4..** Burgemeester en wethouders beslissen slechts op de aanvraag nadat de
toetsingscommissie ter zake een advies heeft uitgebracht.
**5..** Indien het advies van de toetsingscommissie betrekking heeft op een
woningzoekende die buiten eigen schuld of toedoen tenminste 3
maanden verblijft in een van gemeentewege erkend (te)huis voor
noodopvang betrekt de toetsingscommissie daarbij het advies van de
instantie op wiens advies de woningzoekende is opgenomen in het
(te)huis voor noodopvang.
**6..** Een urgentieverklaring bevat in ieder geval:
**a..** de datum waarop de voorrangspositie van kracht wordt;
**b..** de termijn waarvoor de urgentieverklaring geldig is;
**c..** de soort woonruimte waarvoor de urgentieverklaring geldig is.
**d..** de naam van de gemeenten waar de urgentieverklaring geldig is.
Hoofdstuk
Artikel 35:
Beslissing over urgentieverklaring
Onderdeel van Nieuwe Huisvestingsverordening Delft 2015