Bij het verlenen van huisvestingsvergunningen wordt voorrang gegeven aan woningzoekenden voor wie voorziening in de behoefte aan woonruimte dringend noodzakelijk is en aan wie burgemeester en wethouders een urgentieverklaring hebben afgegeven.
De behoefte aan woonruimte wordt dringend noodzakelijk geacht en een urgentieverklaring wordt verleend indien, ter beoordeling van burgemeester en wethouders:
de woningzoekende behoort tot een van de in artikel 12, derde lid, van de Wet bedoelde categorieën; of
de woningzoekende in een acute noodsituatie verkeert; of
de woningzoekende op grond van medische of sociale redenen dringend moet omzien naar andere woonruimte; of
de woningzoekende moet omzien naar woonruimte na een verblijf in een instelling voor opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, een psychiatrische instelling of een erkende hulp- of dienstverleningsinstelling; of
de woningzoekende woonruimte nodig heeft in verband met de sloop of ingrijpende renovatie van de huidige woonruimte of bij herstructurering van het gebied waarin deze woonruimte is gelegen; of
sprake is van overlastsituaties of calamiteiten die slechts kunnen worden opgelost met het aanbieden van een passende woning elders; of
de woningzoekende voor de eerste maal moet omzien naar woonruimte na gedetineerd te zijn geweest en door het Veiligheidshuis Almere wordt voorgedragen.
De in het tweede lid genoemde urgentiecategorieën en de voorwaarden om voor een urgentieverklaring in aanmerking te komen zijn uitgewerkt in Bijlage II bij deze verordening. Tevens regelt Bijlage II voor welke woonruimtecategorieën woningzoekenden als bedoeld in het eerste lid bij voorrang voor een huisvestingsvergunning in aanmerking gebracht kunnen worden.
Om voor een urgentieverklaring in aanmerking te komen, moet de woningzoekende aan de volgende voorwaarden voldoen:
De woningzoekende is op het moment van indienen van een verzoek om een urgentieverklaring minimaal twee jaar ingezetene van de gemeente Almere. Deze voorwaarde is niet van toepassing indien de woningzoekende behoort tot een van de categorieën bedoeld in artikel 12, derde lid, van de Wet en het tweede lid onder g van dit artikel 11.
De woningzoekende staat ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres waar hij of zij feitelijk woont, tenzij hij of zij beschikt over een briefadres.
De woningzoekende – met uitzondering van de vergunninghouder als bedoeld in artikel 28 van de Wet - staat geregistreerd als woningzoekende in Almere en kan gezien zijn of haar inschrijfduur binnen een jaar geen passende woning krijgen.
De woningzoekende heeft het afgelopen jaar geen sociale huurwoning geweigerd.
De woningzoekende heeft de afgelopen twee jaar niet voor een zelfde soort problematiek een urgentieverklaring ontvangen.
De woningzoekende heeft er alles aan gedaan om het probleem op te lossen; andere oplossingen zijn niet mogelijk of zijn uitgeput.
De woningzoekende heeft de situatie niet zelf veroorzaakt of had deze niet kunnen voorkomen.
De woningzoekende is in staat om een zelfstandig huishouden te voeren. Voor de eventueel aanwezige schulden heeft de woningzoekende de afbetaling voldoende geregeld:
de woningzoekende moet aantoonbaar kunnen maken dat er op de datum van urgentieaanvraag een minnelijke schuldregeling via de gemeentelijke schuldregelaar of een wettelijke schuldregeling loopt, of
de woningzoekende moet aantoonbaar kunnen maken dat er op de datum van urgentie-aanvraag een ondersteuning schuldstabilisatietraject (OSS) loopt via de gezamenlijke zorgpartners en dat hij beschikt over een budgetbeheerrekening bij de gemeentelijke schuldregelaar.
Indien de woningzoekende alleen een huurschuld heeft, moet hij aantoonbaar maken dat een adequate betalingsregeling is getroffen met de oude verhuurder waarbij rekening is gehouden met de beslagvrije voet.
De woningzoekende levert bij het verzoek de gegevens en stukken als bedoeld in artikel 12 volledig en juist aan.