**1..** Burgemeester en wethouders kunnen ingeval van ruil van woonruimte
bedoeld in artikel 2 een huisvestingsvergunning verlenen
indien:
het huishouden voldoet aan het bepaalde in artikel 10,
tweede lid, van de Wet en artikel 3 van deze verordening,
en
op voorhand niet te voorzien is dat ingebruikneming van de
woonruimte door een van de partijen van beperkte duur zal
zijn.
**2..** Indien het gelabelde woonruimte betreft als vermeld in artikel 9,
tweede lid, wordt de huisvestingsvergunning slechts verleend indien
het huishouden voor een dergelijke woonruimte in aanmerking komt.