Onverminderd het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de Wet, komen
voor een huisvestingsvergunning in aanmerking meerderjarige
woningzoekenden met een huishoudinkomen tot de inkomensgrens bedoeld in
artikel 48, eerste lid, van de Woningwet. In afwijking van het
voorgaande komt een meerderjarige woningzoekende met een huishoudinkomen
tot maximaal € 46.000 in aanmerking voor een huisvestingsvergunning
indien hij beschikt over een urgentieverklaring. Dit bedrag kan
jaarlijks op 1 januari worden gewijzigd op basis van de
Consumentenprijsindex Alle Huishoudens.