Het college constateert dat de burger mogelijk een verplichting in de zin van de wet BRPovertreedt, waarvoor de bestuurlijke boete kan worden opgelegd.
Het college stuurt aan de burger een brief waarin wordt gewezen op zijn verplichting. Inde brief is opgenomen:
a) de termijn waarbinnen alsnog de verplichting moet zijn vervuld;
b) een clausule, die vermeldt dat als de burger niet aan deverplichting voldoet, hemeen bestuurlijke boete kan worden opgelegd.
Als het college tijdens een gesprek ter plaatse of in persoon aan de balie of tijdens eentelefoongesprek van de burger hoort dat hij niet aan de verplichting wil voldoen, dan kan er ookeen boeterapport opgesteld worden.
De burger voldoet niet binnen de gestelde termijn aan de verplichting.
Gaat het om een verplichting op het terrein van aangifte van vestiging, adreswijziging ofvertrek: Ga verder naar stap 5.
Gaat het om een de verplichting tot het overleggen van documenten waaraan gegevens over deidentiteit, de burgerlijke staat en nationaliteit moeten worden ontleend, de verplichting om inpersoon te verschijnen of het verstrekken informatie: Ga verder naar stap 9.
Er is een onderzoekdossier waaruit blijkt wat de aanleiding is van het onderzoek en welkestappen in dit onderzoek gezet zijn. De brief waarbij de burger gewezen wordt op zijnverplichting met vermelding van de bestuurlijke boete (zie stap 2) maakt deel uit van/ isterug te vinden in dit dossier.
Het college stuurt een voornemen dat er een ambtshalve beslissing genomen wordt overhet opnemen van persoonsgegevens wanneer de burger niet alsnog binnen in deze briefgestelde termijn de verplichting vervuld.
In het voornemen is een clausule opgenomen dat de bestuurlijke boete wordt opgelegd bijgelegenheid van die ambtshalve beslissing.
De burger reageert niet binnen de gestelde termijn op de voornemenbrief en doet geen aangifte.
Het college stuurt de burger twee besluiten.
a) Het besluit tot ambtshalve opname van persoonsgegevens i.v.m. de vestiging,adreswijziging of vertrek.
b) Het besluit tot het opleggen van de bestuurlijke boete.
Elk besluit is gemotiveerd en tevens is vermeld dat er bezwaar gemaakt kan worden. Dezetwee besluiten kunnen in één brief worden meegedeeld of in twee afzonderlijke brieven. Indien debesluiten in één brief worden meegedeeld, is het wel van belang dat in de brief duidelijk staat dat erafzonderlijk bezwaar gemaakt kan worden tegen de ambtshalve beslissing en tegen debestuurlijke boete. Het bezwaar moet binnen 6 weken na verzending van het besluit wordeningediend.
Na de herhaalde oproep om documenten te overleggen, in persoon teverschijnen of om informatie te geven, heeft de burger niet binnen de gestelde termijn gereageerd.
Het college stuurt de burger binnen 15 werkdagen een brief waarin het besluit wordt meegedeeld dat aan de burger een bestuurlijke boete wordt opgelegd. Het besluit is gemotiveerd en tevens isvermeld dat er tegen het besluit bezwaar gemaakt kan worden. Het bezwaar moet binnen6 weken na verzending van het besluit worden ingediend.
Na een afwijzende beslissing van bezwaar kan de burger binnen 6 weken beroep indienen bij de sector Bestuursrecht van de rechtbank Utrecht.
De inning van de boete wordt opgeschort totdat de bezwaartermijn is verstreken dan welwanneer er over het bezwaar of eventueel beroep is besloten en de bezwaar- enberoepstermijn is verstreken.
Als geen bezwaar of beroep meer open staat, start het college de inningsprocedure.