Het college kan besluiten om de bestuurlijke boete te matigen, indien de belanghebbendeaannemelijk maakt dat op grond van
a) de ernst van de overtreding,
b) de mate van verwijtbaarheid,
c) de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan of
d) de omstandigheden waarin de overtreder verkeert, het opleggen van een boetevolgens deze Beleidsregels onevenredig is.
Van een situatie als bedoeld in het vorige lid kan in beginsel slechts sprake zijn, indiensprake is van bijzondere omstandigheden waarin bij de vaststelling van dezeBeleidsregels niet is voorzien.