Het in enig jaar niet gebruikte gedeelte van de aan een fractie
toekomende bijdrage, wordt voor de fractie gereserveerd ter
besteding in volgende jaren.
De reserve blijft na de verkiezingen beschikbaar voor de fractie,
die onder dezelfde naam terugkeert, dan wel voor de fractie die naar
het oordeel van de raad als rechtsopvolger daarvan kan worden
beschouwd.
De reserve op 31 december in een verkiezingsjaar is niet groter dan
100% van de vergoeding waarop de fractie in dat jaar op grond van
artikel 1 aanspraak kon maken.