Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Hoogte PGB

Onderdeel van Nadere regels Jeugdhulp Bernheze 2015

1.. In alle gevallen geldt dat het PGB toereikend moet zijn om de benodigde hulp in te kunnen kopen. 2.. Het persoonsgebonden budget voor de verschillende jeugdhulpvormen is niet direct afgeleid van de tarieven waarvoor het college deze diensten heeft gecontracteerd bij verstrekking in natura (lumpsumfinanciering). Voor de hulpvormen persoonlijke verzorging, begeleiding individueel, begeleiding groep, en kortdurend verblijf, worden de maximum PGB-tarieven overgenomen zoals het zorgkantoor deze in 2014 voor de AWBZ hanteert. Voor de overige jeugdhulpvormen gelden de tarieven zoals opgenomen in bijlage 1 (specialistische maatwerktarieven). In bijlage 1 zijn de geldende maximum PGB-bedragen per hulpvorm opgenomen. 3.. Er is sprake van een gedifferentieerde tariefstelling voor het persoonsgebonden budget diensten. Een PGB budgethouder die een zorgorganisatie inschakelt met medewerkers in loondienst kan het maximum (100%) PGB-tarief ontvangen. Inschakeling van een zzp’er, met aannemelijke minderkosten c.q. overheadkosten, leidt tot een verlaging van het maximum PGB-tarief met 15%. Bij inschakeling van iemand uit het sociaal netwerk door een PGB budgethouder geldt een korting van 50% met een maximum uurtarief van € 20,- per uur en bij kortdurend verblijf maximaal € 30,- per etmaal (overeenkomstig PGB-tarief Wet langdurige zorg voor hulp van niet professionele zorgverleners). Het genoemde kortingspercentage geldt als uitgangspunt. Indien de PGB budgethouder kan aantonen dat in zijn situatie het PGB-tarief niet toereikend is om passende ondersteuning in te kopen, kan in uitzonderlijke gevallen aanpassing plaatsvinden.

Rechtspraak bij dit artikel