Naar hoofdinhoud
1.. De advisering over redelijke eisen van welstand is opgedragen aan de commissie met uitzondering van de ambtelijke welstandstoets. Zie bijlage A voor de uitgangspunten voor het vragen van advies aan de commissie of de ambtelijke toetser. Daarnaast heeft de commissie tot taak het bevoegd gezag te adviseren over de toepassing van de erfgoedverordening. 2.. Ten aanzien van de welstandsadvisering gelden de volgende uitwerkingen: a. De commissie is de welstandscommissie van de gemeente, conform de Woningwet artikel 1.1 onderdeel n. b. De commissie adviseert, burgemeester en wethouders desgevraagd over de welstandsaspecten van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het bouwen (zie bijlage A). c. De commissie beoordeelt op verzoek van burgemeester en wethouders of het uiterlijk of de plaatsing van een bouwwerk in strijd is met redelijke eisen van welstand. d. De commissie is hierbij gebonden aan het gemeentelijk welstandsbeleid en baseert welstandsadviezen uitsluitend op de in de welstandsnota genoemde welstandscriteria, of op expliciet als welstandscriteria omschreven criteria in andere – als aanvulling op de welstandsnota door de gemeenteraad vastgestelde - beleidsdocumenten, zoals bijvoorbeeld een beeldkwaliteitplan. e. De commissie werkt samen met de door burgemeester en wethouders aangestelde ambtenaar(en) die op basis van het vastgestelde welstandsbeleid en randvoorwaarden genoemd in bijlage A, de welstandstoets uitvoert. De commissie draagt echter geen verantwoordelijkheid voor de inhoud van de ambtelijke toetsing. 3.. Ten aanzien van de monumentenadvisering gelden de volgende uitwerkingen: a. De commissie is de monumentencommissie van de gemeente, conform de Monumentenwet 1988 art. 15. b. De commissie adviseert burgemeester en wethouders gevraagd en ongevraagd over aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het bouwen die betrekking hebben op veranderingen aan alle gebouwen gelegen binnen van Rijks- en gemeentewege aangewezen beschermde gezichten. c. De commissie brengt advies uit over een omgevingsvergunning voor rijks-, provinciale- en gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden. d. De commissie brengt advies uit over de aanwijzing van gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden als bedoeld in erfgoedverordening. e. De commissie beoordeelt of de mate waarin de beschermde waarden zoals deze zijn omschreven in de redengevende omschrijving van het betreffende monument voldoende en op een juiste manier worden gerespecteerd. f. De commissie is hierbij gebonden aan een door de gemeenteraad of het college van burgemeesters en wethouders vastgesteld toetsingskader waarin uitgangspunten en richtlijnen zijn beschreven zoals de beleidsregel restauratierichtlijnen 2011 en de selectiecriteria en wegingsmethodiek gemeentelijke monumenten uit de Erfgoedvisie 2011. 4.. De commissie adviseert burgemeester en wethouders tevens gevraagd en ongevraagd over bestemmingsplannen, stedenbouwkundige plannen, plannen met erfgoed en andere relevante plannen met betrekking tot de ruimtelijke ontwikkeling en de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente. 5.. De ambtelijke toetsing aan de redelijke eisen van welstand kan door de commissie worden ondersteund. In die gevallen waarin geen welstandsadvies van de commissie nodig wordt gevonden (zie bijlage A), maar twijfel ontstaat bij de ambtelijke toetser over de toepasbaarheid of interpretatie van de criteria, kan de betreffende ambtenaar besluiten het dossier alsnog voor te leggen aan de commissie voor advies. 6.. De commissie voert in sommige gevallen vooroverleg met betrokkenen bij de voorbereiding van plannen. 7.. De commissie vormt een klankbord voor ambtenaren en externe deskundigen die betrokken zijn bij de begeleiding en borging van ruimtelijke kwaliteit. 8.. De commissie overlegt desgevraagd met de betrokken ambtelijke afdelingen, burgemeester en wethouders en de gemeenteraad over het opstellen van welstandsbeleid en plannen met erfgoed en eventueel andere instrumenten voor ruimtelijk kwaliteitsbeleid. 9.. De commissie levert desgevraagd een bijdrage aan het bevorderen van de openbaarheid van het welstandstoezicht, het maatschappelijk draagvlak voor welstandstoezicht en het stimuleren van de discussie over ruimtelijke kwaliteit in de gemeente.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel