Naar hoofdinhoud

Artikel 12.

Rapportage

Onderdeel van Verordening rekenkamercommissie Maasgouw - Roerdalen 2015

1.. De rekenkamercommissie kan ambtelijk en bestuurlijk hoor en wederhoor toepassen. 2.. Indien de rekenkamercommissie besluit om hoor en wederhoor toe te passen dan gelden de navolgende bepalingen: De rekenkamercommissie stelt de betrokkenen in het kader van het ambtelijk hoor en wederhoor in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het concept onderzoeksrapport aan de rekenkamercommissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De rekenkamercommissie bepaalt wie verder als betrokkenen worden aangemerkt. De rekenkamercommissie stelt het college van burgemeester en wethouders in het kader van het bestuurlijk hoor en wederhoor in de gelegenheid om binnen een termijn van vier weken hun zienswijze op een concept onderzoeksrapport aan de rekenkamercommissie kenbaar te maken. Binnen de termijn genoemd in lid 2b kan een college verzoeken deze termijn met twee weken te verlengen. Wordt door de rekenkamercommissie geen reactie binnen de in lid 2b of binnen de verlengde termijn krachtens lid 2c ontvangen, dan wordt verondersteld dat het desbetreffende college geen gebruik heeft willen maken om te reageren. 3.. De rekenkamercommissie deelt aan de raad, het college en, indien van toepassing, aan de betrokken instelling, de opmerkingen en bedenkingen mee die zij naar aanleiding van haar bevindingen van belang acht. Aan de raad of het college kan zij ter zake voorstellen doen. 4.. De rapporten en de verslagen van de rekenkamercommissie zijn openbaar. Op grond van belangen genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur kan de rekenkamercommissie rapporten en verslagen die aan de raad wordt voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. 5.. Na vaststelling door de rekenkamercommissie worden het onderzoeksrapport en de nota met conclusies en aanbevelingen en de eventuele zienswijze van betrokkenen op het rapport zo spoedig mogelijk, onder toezending van een afschrift aan het college en betrokkenen, aan de raad aangeboden. Indien zij met toepassing van artikel 10, leden 6 tot en met 8 een onderzoek heeft ingesteld, zendt de rekenkamercom- missie tevens een afschrift van het rapport aan de betrokken rechtspersoon of het betrokken openbaar lichaam. 6.. De raad behandelt het onderzoeksrapport (onderzoeksresultaten, conclusies en aanbevelingen) in de openbaarheid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel