Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 6

Ontheffingen

Onderdeel van Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ Helmond 2015

1.. Ontheven van de plicht tot het verrichten van een tegenprestatie is: De uitkeringsgerechtigde die duurzaam en volledig arbeidsongeschikt is. De alleenstaande ouder die vrijstelling van de arbeidsplicht heeft in verband met de zorg voor (een) kind(eren) in de leeftijd tot vijf jaar De uitkeringsgerechtigde die zorgtaken verricht als mantelzorger voor tenminste 8 uur per week; De uitkeringsgerechtigde die voor tenminste 8 uur per week vrijwilligerswerk verricht; De uitkeringsgerechtigde die in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning gebruik maakt van een voorziening gericht op individuele begeleiding of groepsbegeleiding voor tenminste 8 uur per week; De uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan activiteiten in het kader van een re-integratietraject. 2.. Het college kan afwijken van het minimale uren gesteld in lid a, c en d als toepassing ervan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. 3.. Het college bepaalt op welke wijze dient te worden aangetoond dat sprake is van een vrijstellingsgrond als bedoeld in het eerste lid.

Rechtspraak bij dit artikel