Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

Vrijstelling

Onderdeel van Beleidsregel Tegenprestatie naar vermogen 2015

Indien daarvoor dringende redenen - zoals zorgtaken - aanwezig zijn, kan het college in individuele gevallen ontheffing verlenen van de plicht tot het verrichten van een tegenprestatie (artikel 9, tweede lid, van de Participatiewet). De plicht tot tegenprestatie is niet van toepassing op een belanghebbende die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (artikel 9, vijfde lid, van de Participatiewet). De plicht tot tegenprestatie is voorts niet van toepassing op een alleenstaande ouder die in het bezit is van een ontheffing als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet (artikel 9, zevende lid, van de Participatiewet). Ook wanneer belanghebbende een re-integratievoorziening volgt, zoals genoemd in de Participatieverordening gemeente Heerlen 2015, en naar werk wordt begeleid, geldt de tegenprestatie niet. Inzake het niet opleggen van de verplichting tot tegenprestatie bij vrijwilligerswerk of mantelzorg heeft de regering deze mogelijkheid uitdrukkelijk benoemd in de nota van wijziging met betrekking tot de Wet maatregelen WWB. Of sprake is van vrijwilligerswerk of mantelzorg wordt getoetst aan de criteria zoals neergelegd in artikel 1 van deze beleidsregel. Verricht een belanghebbende vrijwilligerswerk of mantelzorg in de zin van deze beleidsregel en is het verrichten van deze werkzaamheden volgens het college naar vermogen, dan draagt het college aan belanghebbende geen tegenprestatie op.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel