Naar hoofdinhoud
In dit artikel is de vorm van de bijstand geregeld, en ook de mogelijkheid om bij tekortschietend besef van verantwoordelijkheid af te wijken van de hoofdregel dat de bijstand om niet wordt verstrekt. Hierbij moet worden gedacht aan situaties waarin de belanghebbende door eigen toedoen (eerder) een beroep op de bijstand moet doen, bijvoorbeeld door het te snel interen op een vermogensoverschot. De bijstand kan dan met toepassing van artikel 48, tweede lid onder b van de wet in de vorm van een geldlening worden verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel