Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Werkwijze

Onderdeel van Verordening Cliëntenparticipatie 2010

1.. Het college vraagt vooraf het advies van de adviesraad inzake algemene beleidsnotities, verordeningen en beleidsregels die betrekking hebben op de Wmo, de WWB en de WIJ. Hieronder vallen ook de participatie en het armoedebeleid. 2.. Het college informeert de adviesraad over de uiteindelijke (raads)besluiten over de vraagstukken waarover advies is gevraagd. 3.. Het college informeert de adviesraad over relevante wijzigingen in wet- en regelgeving. 4.. Het college kan afwijken van het gestelde in het eerste lid, wanneer daar goede redenen voor zijn. In dat geval: a. wordt het afwijken schriftelijk gemotiveerd; b. wordt het (vraag)stuk in de eerstvolgende vergadering van de adviesraad na het genomen besluit alsnog ter advisering aangeboden en; c. wordt het uitgebrachte advies alsnog meegewogen bij een nadere besluitvorming ter zake als er sprake is van een nieuw element in de overwegingen dat door de adviesraad is aangevoerd. 5.. Verzoeken om advies worden tijdig gevraagd, tenminste 2 weken voor de vergadering van de adviesraad. 6.. Het college betrekt de adviezen in de besluitvorming en bij advisering aan de gemeenteraad. 7.. Wanneer wordt afgeweken van het verstrekte advies, wordt dit schriftelijk gemotiveerd aan de adviesraad. 8.. De adviesraad voorziet de hen voorgelegde stukken van een gemotiveerd advies, binnen 2 weken na de vergadering. 9.. Het college geeft desgevraagd een toelichting op de stukken. Het college kan zich daarbij laten vertegenwoordigen door een lid van het college of door een van haar ambtenaren. 10.. Van de vergadering van de adviesraad wordt een verslag gemaakt dat ter kennisname aan het college wordt gestuurd.

Rechtspraak bij dit artikel