**1..** Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet Werk en Bijstand, de Algemene wet bestuursrecht en de Wet investeren in jongeren.
**2..** In deze verordening wordt verstaan onder:
a. de WWB: Wet Werk en Bijstand;
b. de Wij: Wet investeren in jongeren;
c. Ioaw: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers;
d. Ioaz: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
e. uitkeringsgerechtigde: persoon met een uitkering ingevolge de WWB, Ioaw en/of Ioaz;
f. jongere: persoon met een inkomensvoorziening ingevolge de Wij;
g. bijstandsnorm: de op grond van paragraaf 3.2 van de WWB van toepassing zijnde norm, vermeerderd of verminderd met de op grond van paragraaf 3.3 van de WWB, door het college vastgestelde verhoging of verlaging;
h. grondslag: de voor de werkloze werknemer dan wel gewezen zelfstandige toepasselijke grondslag bedoeld in artikel 5, derde, vierde en vijfde lid van de Ioaw onderscheidenlijk artikel 5, vierde lid van de Ioaz;
i. Wij-norm: de op grond van hoofdstuk 4 van de Wij van toepassing zijnde norm, vermeerderd of verminderd met de op grond van dat hoofdstuk door het college vastgestelde verhoging of verlaging;
j. uitkering: uitkering op grond van de WWB, Ioaw en/of Ioaz;
k. inkomensvoorziening: uitkering op grond van de Wij;
l. maatregel: het verlagen van de WWB-uitkering op grond van artikel 18, tweede lid WWB, de Ioaw-uitkering op grond van artikel 20, tweede lid Ioaw, de Ioaz-uitkering op grond van artikel 20, eerste lid Ioaz en/of het verlagen van de inkomensvoorziening op grond van artikel 41, eerste lid Wij;
m. waarschuwing: een besluit inhoudende een terechtwijzing zonder een
verlaging van de uitkering;
n. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drechterland.