In afwijking van artikel 9,eerste lid, van de Invorderingswet
1990 moet de op grond van artikel 7, eerste lid, verschuldigde
belasting worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
eerste vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet
en de tweede drie maanden later.
In gevallen bedoeld in het eerste lid geldt in afwijking in
zoverre van het aldaar bepaalde, zolang de verschuldigde
bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen
worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in 9
gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de
dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende
termijnen telkens een maand later.
Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid,
onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een
belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een
bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige
toepassing.
De op grond van artikel 7, tweede lid, verschuldigde belasting,
moet worden betaald op het moment van uitreiking van de
kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30
dagen na de dagtekening van de kennisgeving.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
voorgaande leden gestelde termijnen.
Hoofdstuk
Artikel 9
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening iop de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Meerssen 2012