Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 14.

Bijstand aan jongeren

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2015 Middelburg, Veere en Vlissingen

1.. Aan de 18- tot 21- jarige noodzakelijk zelfstandig wonende jongere alleenstaande, alleenstaande ouder of gehuwde die geen of onvoldoende beroep kan doen op de ouders voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, kan bijzondere bijstand worden verstrekt. 2.. Een jongere zoals bedoeld in het eerste lid kan geen of onvoldoende beroep op de ouders doen onder andere als: De ouder of ouders zijn overleden of in het buitenland wonen; De jongere buiten het gezinsverband van de ouder of ouders is geplaatst; De jongere op de ingangsdatum van de bijstandsverlening 12 maanden of langer zelfstandig woont en in die periode zelfstandig in het levensonderhoud heeft voorzien (niet zijnde Wet Studiefinanciering); De ouders van de jongere eveneens zijn aangewezen op een inkomen op bijstandsniveau; Er sprake is van een acute crisissituatie, waarin door de jongere zelf geen verandering kan worden gebracht. Hiertoe dient een indicatie te worden gegeven door een hulpverlenende instantie. 3.. De algemene bijstand voor een alleenstaande van 18 tot 21 jaar wordt aangevuld tot het normbedrag voor een uitwonende student in het beroepsonderwijs zoals bedoeld in artikel 3.18 van de Wet Studiefinanciering 2000. 4.. De algemene bijstand voor een alleenstaande ouder van 18 tot 21 jaar wordt aangevuld tot de bijstandsnorm voor een alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 21 van de Participatiewet; 5.. De algemene bijstand voor gehuwden, beide partners jonger dan 21 jaar, en geen ten laste komende kinderen hebben, wordt aangevuld tot de norm gehuwden beide jonger dan 21 jaar zonder ten laste komende kinderen en waarvan één van de partners 21 jaar of ouder is (artikel 20, lid 1 onder c); 6.. De algemene bijstand voor gehuwden, beide partners jonger dan 21 jaar, en ten laste komende kinderen hebben, wordt aangevuld tot de norm gehuwden met ten laste komende kinderen en waarvan één van de partners 21 jaar of ouder is (artikel 20, lid 2 onder c); 7.. De bijstand wordt waar mogelijk met toepassing van de Participatiewet op de ouder(s) verhaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel