Naar hoofdinhoud

§ 3.1

Artikel 23

Ingangsdatum en tijdvak

Onderdeel van Verzamelverordening P-wet, IOAW IOAZ en Bbz gemeente Dongen

1.. Tenzij in deze verordening anders is bepaald, gaat de verlaging in op de eerste dag van de kalendermaand die volgt op de datum waarop het besluit tot het opleggen van de verlaging van de uitkering aan de belanghebbende is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende toepasselijke bijstandsnorm. 2.. In afwijking van het eerste lid kan de verlaging met terugwerkende kracht worden opgelegd als er sprake is van een besluit op aanvraag, voor zover de uitkering nog niet is uitbetaald. In deze situatie werkt het verlagen van de uitkering terug tot de ingangsdatumdatum van de uitkering dan wel de datum waarop het verzuim betrekking heeft. 3.. In afwijking van het eerste lid kan, voor zover het zelfstandigen betreft die een uitkering voor levensonderhoud hebben ontvangen in de vorm van een geldlening op grond van het Bbz, de verlaging met terugwerkende kracht worden betrokken bij de definitieve vaststelling van die bijstand. 4.. Bij samenloop van verschillende gedragingen die het niet nakomen van verplichtingen inhouden, wordt de hoogte en duur van de verlaging vastgesteld op de gedraging met de hoogste verlaging. 5.. De uitkering wordt verlaagd voor de duur van één maand, tenzij sprake is van: recidive, dan wordt de duur van de verlaging verdubbeld tenzij in deze verordening anders is bepaald; verwijtbaar gedrag waarvoor in deze verordening een afwijkende duur is vastgesteld. 6.. Indien door beëindiging van de uitkering de verlaging niet of niet volledig kan worden toegepast, kan bij een eventuele nieuwe aanvraag binnen de termijn van 1 jaar de verlaging of het deel dat nog niet is uitgevoerd alsnog worden geëffectueerd.

Rechtspraak bij dit artikel