**1..** De belasting wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat
vanuit het perceel wordt afgevoerd.
**2..** Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin van
het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is
toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan
een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door
herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een
gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.
**3..** Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
pompinstallatie zijn voorzien van een:
a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden
afgelezen, of
b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie
met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen.
De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere
wettelijke bepaling.
**4..** Voor zover de gegevens, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel
niet bekend zijn, wordt het waterverbruik van gemeentewege geschat met
dien verstande dat voor de berekening van het belasting als minimum
water afname wordt aangehouden een hoeveelheid van 300 kubieke
meter.
**5..** De op de voet van het tweede en vierde lid berekende hoeveelheid
toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water
die niet is afgevoerd.
Artikel 5
Maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en inning van rioolheffing 2010