Relevant wetsartikel is 18a Participatiewet: de boete is 100% van het benadelingsbedrag.
Naar aanleiding van een uitspraak van de Centrale raad van beroep d.d. 24 november 2014 en de reactie van de Minister van Sociale zaken Werkgelegenheid ( brief van 16 december 2014) is de lijn dat de hoogte van de boete wordt afgestemd op de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van het geval.
De boete is 50% van het benadelingsbedrag zoals is omschreven in artikel 18a lid 2 van de Participatiewet als er sprake is van geen verhoogde of verminderde verwijtbaarheid.
In afwijking van lid 1 is de boete 100% van het benadelingsbedrag als opzet is bewezen.
Opzet is het willens en wetens handelen of nalaten. Onder opzet wordt mede verstaan voorwaardelijke opzet. Onder voorwaardelijke opzet wordt verstaan het willens en wetens aanvaarden van de aanmerkelijke kans dat een handelen of nalaten tot gevolg heeft dat de beboetbare gedraging wordt begaan
Van opzet is in ieder geval sprake als belanghebbende er vooraf schriftelijk specifiek op is gewezen bepaalde verplichting(en) ingevolge artikel 17 lid 1 Participatiewet na te komen en naderhand deze verplichting(en) niet nakomt en
het belanghebbende volkomen duidelijk moet zijn dat het niet nakomen van die verplichting(en) van invloed is op de te verlenen bijstand en dit kan leiden tot een boete
in afwijking van lid 1 is de boete 75% van het benadelingsbedrag als grove schuld is bewezen.
Grove schuld is een in laakbaarheid aan opzet grenzende mate van verwijtbaarheid en omvat mede grove onachtzaamheid. Daarbij kan gedacht worden aan laakbare slordigheid of ernstige nalatigheid. Bij grove schuld had belanghebbende redelijkerwijs moeten of kunnen begrijpen dat zijn gedrag tot gevolg heeft dat teveel/ten onrecht bijstand wordt ontvangen.
Van grove schuld is in ieder geval sprake als belanghebbende er schriftelijk op is gewezen verplichtingen ingevolge artikel 17 lid 1 Participatiewet na te komen en naderhand deze verplichtingen niet nakomt en
het belanghebbende redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat het niet nakomen van deze verplichtingen van invloed is op de te verlenen bijstand en dit kan leiden tot een boete.
In afwijking van lid 1 is de boete 25% van het benadelingsbedrag als er sprake is van verminderde verwijtbaarheid.
van verminderde verwijtbaarheid is in ieder geval sprake als belanghebbende naderhand alsnog uit eigen beweging binnen drie maanden de juiste informatie verstrekt.
de belanghebbende verkeerde in onvoorzienbare en ongewenste omstandigheden die tot het normale levenspatroon behoren en die hem weliswaar niet in de feitelijke onmogelijkheid brachten om aan de inlichtingenplicht te voldoen, maar emotioneel zo ontwrichtend waren dat hem niet volledig valt toe te rekenen dat de inlichtingen niet tijdig of volledig zijn verstrekt.
de belanghebbende verkeerde in een zodanige geestelijke toestand dat hem de overtreding niet volledig valt aan te rekenen.
In afwijking van lid 1 is de boete 25% van het benadelingsbedrag als de omstandigheden van persoon en gezin daartoe aanleiding geven en het gezin daardoor onevenredig hard wordt getroffen.
Afwijkende bepaling ten aanzien vaststelling benadelingsbedrag naar aanleiding van ontvangen signalen via externe bronnen.
het benadelingsbedrag is de ten onrechte of teveel ontvangen bijstand tot en met maximaal zes weken nadat het signaal door de gemeente is ontvangen.
Hoofdstuk 2
Artikel 5
Hoogte bestuurlijke boete.
Onderdeel van Uitvoeringsregels Participatiewet 2015