**1..** Een ondersteuningsbehoevende kan voor een voorziening genoemd in artikel 6.1 in aanmerking komen, wanneer hij door zijn beperking of probleem niet in staat is het openbaar vervoer te bereiken of te gebruiken.
**2..** De verlening van de voorziening genoemd in artikel 6.1 onderdeel a heeft voorrang.
**3..** Een ondersteuningsbehoevende kan voor een voorziening in aanmerking komen indien hij maximaal honderd meter kan lopen.
**4..** Bij de verlening van de voorzieningen genoemd in artikel 6.1 onderdelen b tot en met g kan rekening worden gehouden met:
de individuele vervoersbehoefte van de ondersteuningsbehoevende;
de mate waarin de voorziening genoemd in artikel 6.1 onderdeel a in de individuele vervoersbehoefte kan voorzien; en
de mate waarin de vervoersbehoeften van echtgenoten of ouders en kind(eren) samenvallen.
**5..** Bij een inkomen boven de gestelde inkomensgrens in de “Beleidsregels Individuele Voorzieningen Maatschappelijke Ondersteuning Halderberge” worden de voorzieningen in artikel 6.1 onderdeel b t/m g niet verstrekt.
**6..** Een ondersteuningsbehoevende kan voor een voorziening genoemd in artikel 6.1 onderdeel g in aanmerking komen, indien hij zonder deze voorziening onvoldoende in staat is aan het verkeer deel te nemen met een op grond van deze verordening verleende scootermobiel.