**1..** Het college kan de aanvraag om bijzondere bijstand als bedoeld in
artikel 35 van de Pw afwijzen indien belanghebbende binnen twaalf
maanden voorafgaand aan de datum van aanvraag:
a. verwijtbaar gedrag heeft betoond als bedoeld in artikel 18 lid 4
onder a van de Pw, of;
b. een verzoek indient als gevolg van tekortschietend besef van
verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan:
i. door een onverantwoorde besteding van middelen of;
ii. indien sprake is van het bewust lopen van risico’s.
**2..** Het bepaalde in het eerste lid is slechts van toepassing indien
belanghebbende een aanvraag bijzondere bijstand voor verhuis- en/of
inrichtingskosten of maatschappelijke participatie indient.
**3..** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan het college in
bijzondere individuele omstandigheden besluiten om bijzondere
bijstand in de vorm van leenbijstand toe te kennen voor de hoogst
noodzakelijke kosten.
Hoofdstuk 7
Artikel 19.
Bijzondere bijstand
Onderdeel van Maatregelen- en handhavingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 gemeente Etten-Leur