Lid 1
Als de direct leidinggevende een rechtspositionele beslissing wil of moet nemen, doet hij of zij dat op basis van een beoordeling conform dit artikel.
Lid 2
Voorafgaand aan het gesprek beoordeelt de direct leidinggevende het functioneren en de ontwikkeling van de medewerker in de voorafgaande twaalf maanden en legt hij zijn oordeel schriftelijk vast in het beoordelingsverslag. Indien hij daar aanleiding toe ziet kan de direct leidinggevende het beoordelingstijdvak verlengen tot maximaal 24 maanden.
Lid 3
De beoordeling bespreekt hij met de medewerker in een beoordelingsgesprek. Aansluitend aan het gesprek reikt de direct leidinggevende het beoordelingsverslag uit aan de medewerker.
Lid 4
Beslissingen met een beoogd rechtspositioneel gevolg kunnen zijn:
overgang van aanloopschaal naar functieschaal;
verlenging van de tijdelijke aanstelling;
overgang van tijdelijke aanstelling naar vaste aanstelling;
toekennen van een beloning;
onthouden van de periodieke verhoging;
promotie, demotie;
herplaatsing of uitplaatsing / ontslag wegens structureel slecht functioneren / kennelijke ongeschiktheid: de medewerker zit niet op de juiste plek.
Lid 5
De direct leidinggevende meldt vooraf aan de medewerker dat hij of zij een beoordelingsgesprek wil houden.
Lid 6
De direct leidinggevende beoordeelt de wijze waarop de medewerker zijn functie uitoefent aan de hand van:
de functie-eisen in de functiebeschrijving;
de van toepassing zijnde (kern-)competenties;
eventuele resultaatafspraken in een individueel werkplan.
Lid 7
Voor het opmaken van de beoordeling van de taakuitoefening en de werkresultatenkan de direct leidinggevende kan daarbij kiezen uit de volgende kwalificaties:
‘ontwikkelpunt’: als de werkresultaten en/of taakuitoefening geregeld tekort schieten of als er sprake is van een patroon van fouten, klachten of incidenten;
‘in orde’; als werkresultaten en prestaties over het algemeen conform de gemaakte afspraken zijn;
‘sterk punt’: als de werkresultaten en taakuitoefening structureel de gemaakte afspraken overtreffen.
Lid 8
Voor het opmaken van de beoordeling van de bekwaamheid op de kerncompetentieskan de direct leidinggevende kiezen uit de volgende kwalificaties:
‘ontwikkelpunt’: als de medewerker (nog) niet (geheel) voldoet aan de beschreven competentie;
‘in orde’: als de medewerker de competentie voldoende beheerst in de dagelijkse praktijk;
‘sterk punt’: als de medewerker een voorbeeld/referentie is voor collega’s met betrekking tot het toepassen van de competentie en/of anderen inspireert in de manier van optreden en handelen.
Lid 9
De direct leidinggevende geeft de argumenten waarop de kwalificatie van het functioneren en van de ontwikkeling zijn gebaseerd schriftelijk weer in het beoordelingsverslag.
Hoofdstuk 24
Artikel 24:1:5:1
Proces en systematiek
Onderdeel van Arbeidsvoorwaardenregeling Gemeente Katwijk