Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 2.

Voorwaarden

Onderdeel van Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Dongen

1.. Rechthebbende heeft een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 36 van de wet, eerste lid, als gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 110% van de voor hem geldende bijstandsnorm en niet beschikt over een vermogen dat hoger is dan de voor hem van toepassing zijnde vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 lid 3 van de wet. 2.. Een verzoek als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet, wordt ingediend middels een door het college vastgesteld formulier. 3.. Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid, van de Participatiewet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden 4.. Voor toepassing van het tweede en derde lid is de situatie op de peildatum bepalend. 5.. Rechthebbende heeft inspanningen verricht om inkomensverbetering te realiseren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel