Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 18

Recht op individuele studietoeslag

Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet IOAW, IOAZ, Bbz 2015

1.. In aanmerking voor de studietoeslag komen personen met een arbeidsbeperking, die naar verwachting in staat zijn om zelfstandig minimaal 20%, dan wel maximaal 80% van het wettelijk minimumloon te verdienen. 2.. Het college beoordeelt of een persoon voldoet aan de voorwaarde zoals gesteld onder lid 1. 3.. De belanghebbende wordt bij de aanvraag gevraagd om bewijsstukken te overleggen waarmee de voorwaarde zoals beschreven in lid 1 kan worden aangetoond. 4.. Indien belanghebbende de gegevens zoals bedoeld in lid 3 niet kan aanleveren, dan wel de ingediende bewijsstukken niet toereikend zijn om een beoordeling te kunnen maken, zal het college een arbeidsdeskundig advies inwinnen. 5.. Indien de aanvrager drie maanden voorafgaand aan de aanvraag een inkomen uit arbeid verdiende dat maandelijks hoger is dan 3 maal de hoogte van de studietoeslag (€300 in 2015), dan bestaat er geen recht op de individuele studietoeslag.

Rechtspraak bij dit artikel