Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 51

Invordering boete

Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet IOAW, IOAZ, Bbz 2015

Bij het invorderen van een boete maakt het college een onderscheid tussen de belanghebbenden die nog een uitkering ontvangen van het college en de belanghebbenden die niet langer aanspraak maken op een uitkering van het college. Uitkeringsgerechtigde. De betaling van de boete gebeurt primair door verrekening van de boete met de betaling van de uitkering. In beginsel houdt het college 10% van de volledige uitkering inclusief vakantiegeld in ter verrekening. Het college houdt hierbij rekening met de voor de klant geldende beslagvrije voet. Voor verrekening van de boete bij recidive verwijst het college naar de Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2015. Niet-uitkeringsgerechtigde. Indien de belanghebbende niet langer een uitkering van het college ontvangt, verrekent het college de boete met het openstaande vakantiegeld. Het restant van de boete moet de klant binnen zes weken na verzending van de beschikking voldoen. Als de klant niet in staat is de vordering in één keer te betalen, kan de klant een verzoek om een betalingsregeling indienen. Het college stelt de betalingsregeling vast, rekening houdend, met de individuele omstandigheden.

Rechtspraak bij dit artikel