Dit artikel regelt in welke gevallen een belanghebbende in aanmerking zou kunnen komen voor een kwijtschelding en welke termijnen daarvoor gelden. Belanghebbende dient een verzoek in te dienen om in aanmerking te komen voor de kwijtschelding zoals beschreven in lid 1. Indien er sprake is van een openstaande vordering van € 100,- of lager, kan ook van invordering worden afgezien indien het niet mogelijk is om het openstaande bedrag te verrekenen.
Hoofdstuk
Artikel 64
Kwijtschelding bij niet verwijtbare vorderingen
Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet IOAW, IOAZ, Bbz 2015