Naar hoofdinhoud

hoofdstuk 2 › paragraaf 2.1

Artikel 21 verlenen

van subsidie

Onderdeel van Subsidieverordening stedelijke vernieuwing 2005

1.. Het college van burgemeester en wethouders verbindt aan de subsidieverlening de voorwaarden dat: de werkzaamheden binnen 12 weken na de bij het besluit tot verlening van subsidie bepaalde termijn zijn gestart, onder schriftelijke mededeling hiervan aan het college van burgemeester en wethouders; aan de door het college van burgemeester en wethouders met controle belaste personen: ► toegang wordt verleend tot het pand of object; ► inzage wordt verleend in de op de werkzaamheden betrekking hebbende bescheiden en tekeningen; ► overige op de werkzaamheden betrekking hebbende gegevens worden verstrekt; ► gelegenheid wordt gegeven tot het controleren van de werkzaamheden en de betreffende gegevens; de werkzaamheden, buiten de werkzaamheden in zelfwerkzaamheid, worden uitgevoerd door een erkende aannemer en erkende eventuele onderaannemers; de subsidieaanvrager een schriftelijke verklaring ondertekent, waarin hij verklaart dat hij: in geval van verkoop van het gemeentelijk monument de verleende subsidie aan de gemeente zal restitueren, met dien verstande dat op het te restitueren bedrag in mindering zal worden gebracht een bedrag gelijk aan 20% van de verleende subsidie voor elk vol jaar dat de aanvrager, te rekenen vanaf de dagtekening van het besluit tot vaststelling en uitbetaling van de subsidie tot de datum van overdracht van eigendom, eigenaar van de woning is geweest; het gemeentelijk monument na het gereedmelden van de werkzaamheden, behoorlijk zal onderhouden. 2.. Het bepaalde in lid 1, onder d.1. is niet van toepassing als de verleende subsidie minder bedraagt dan € 2.500,--. 3.. Onverminderd artikel 9, lid 4 en 5, kan het college van burgemeester en wethouders de subsidieverlening weigeren indien de subsidiabele kosten, als bedoeld in artikel 19, minder bedragen dan € 750,--. 4.. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het terugvorderen van een verstrekte subsidie indien de eigenaar van een pand of een ander object met een monumentaal karakter waarvoor op basis van artikel 17, lid 1 subsidie is verleend, nalaat het object naar behoren te onderhouden. 5.. Desgewenst kan het college van burgemeester en wethouders tijdens de uitvoering van het werk aan de eigenaar bij wijze van voorschot, na opgave per kalenderkwartaal van de werkelijk gemaakte kosten, tot ten hoogste 85% van de toegezegde subsidie uitbetalen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel