Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 4:

Artikel 2.4.17

Loslopende honden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2007

1.. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: binnen de bebouwde kom op de weg zonder dat die hond aangelijnd is; op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats; op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen. 2.. De verboden genoemd in het eerste lid onder a en b gelden niet voor zover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden en de hond als zodanig aantoonbaar gekwalificeerd is of indien een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond. 3.. Het college is bevoegd om bij openbaar te maken besluit wegen, weggedeelten of andere gebieden aan te wijzen waar het in lid 1 onder a genoemde verbod niet van toepassing is.

Rechtspraak bij dit artikel