Naar hoofdinhoud
Indien de medewerker aanspraak maakt op het bepaalde in artikel 4, kan hij niet gelijktijdig of op een later moment aanspraak maken op het bepaalde in artikel 3. Indien de medewerker gedurende de looptijd van deze regeling aanspraak maakt op het bepaalde in artikel 3 en op een later moment aanspraak kan maken op het bepaalde in artikel 4, is de verlaging van de formele arbeidsduur als bedoeld in artikel 4 niet 40% respectievelijk 50% van de formele arbeidsduur die hij op dat later moment heeft, maar 40% respectievelijk 50% van de oorspronkelijke formele arbeidsduur. Voorgaande geldt overeenkomstig ook voor de doorbetaling van de percentages van de bezoldiging als bedoeld in artikel 4.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel