Een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet kan worden ingetrokken als:
het gebruik van de vergunning leidt tot een onaanvaardbare inbreuk op de leefbaarheid in de omgeving van het betreffende pand;
als de eigenaar van de woning zich niet houdt aan de voorwaarden of voorschriften die in de wet, deze verordening of in de vergunning zijn gesteld;
Een onttrokken woning na onttrekking op enig moment langer dan een jaar niet wordt gebruikt voor datgene waarvoor deze is onttrokken.
Hoofdstuk III
Artikel 23a
Intrekkingsgronden
Onderdeel van HUISVESTINGSVERORDENING 2015 GEMEENTE GRONINGEN