Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 20

Huisvestingsvergunning

Onderdeel van HUISVESTINGSVERORDENING 2015 GEMEENTE GRONINGEN

1.. Het verbod als bedoeld in artikel 21 van de wet is van toepassing op woningvoorraad in: het centrum voor woningen met een WOZ waarde beneden de € 825.000; de stedelijke vooroorlogse wijken voor woningen met een WOZ waarde beneden de € 575.000; de stedelijke naoorlogse wijken voor woningen met een WOZ waarde beneden de € 450.000; de recente uitbreidingswijken voor woningen met een WOZ waarde beneden de € 600.000; de woningen in de linten/buitengebied met een WOZ waarde beneden de € 600.000. 2.. De vergunningplicht geldt voor woningen die: worden onttrokken voor ander gebruik dan wonen; worden samengevoegd met een andere woning; worden omgezet of omgezet worden gehouden ten behoeve van bewoning in onzelfstandige woonruimte waarbij minimaal drie bewoners in minimaal drie onzelfstandige woonruimten verblijven; feitelijk tot twee of meer zelfstandige woonruimten worden verbouwd. 3.. Woonruimten in eigendom bij corporaties zijn uitgezonderd. 4.. De vergunningplicht geldt niet in het geval: de woning geheel wordt onttrokken ten behoeve van het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar; de woonruimte geheel of gedeeltelijk met andere woonruimte worden samengevoegd ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor ofpraktijkruimte door de eigenaar;

Rechtspraak bij dit artikel