**1..** Het verbod als bedoeld in artikel 21 van de wet is van toepassing op woningvoorraad in:
het centrum voor woningen met een WOZ waarde beneden de € 825.000;
de stedelijke vooroorlogse wijken voor woningen met een WOZ waarde beneden de € 575.000;
de stedelijke naoorlogse wijken voor woningen met een WOZ waarde beneden de € 450.000;
de recente uitbreidingswijken voor woningen met een WOZ waarde beneden de € 600.000;
de woningen in de linten/buitengebied met een WOZ waarde beneden de € 600.000.
**2..** De vergunningplicht geldt voor woningen die:
worden onttrokken voor ander gebruik dan wonen;
worden samengevoegd met een andere woning;
worden omgezet of omgezet worden gehouden ten behoeve van bewoning in onzelfstandige woonruimte waarbij minimaal drie bewoners in minimaal drie onzelfstandige woonruimten verblijven;
feitelijk tot twee of meer zelfstandige woonruimten worden verbouwd.
**3..** Woonruimten in eigendom bij corporaties zijn uitgezonderd.
**4..** De vergunningplicht geldt niet in het geval:
de woning geheel wordt onttrokken ten behoeve van het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar;
de woonruimte geheel of gedeeltelijk met andere woonruimte worden samengevoegd ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor ofpraktijkruimte door de eigenaar;
Hoofdstuk III
Artikel 20
Huisvestingsvergunning
Onderdeel van HUISVESTINGSVERORDENING 2015 GEMEENTE GRONINGEN