Naar hoofdinhoud
1.. Het college kan de vrijwilligersorganisaties in een beschikking tot subsidieverlening verplichtingen (voorwaarden) opleggen. 2.. Deze verplichtingen kunnen betrekking hebben op: de aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend; de administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten; de voor het vaststellen van de subsidie te verstrekken gegevens en bescheiden die nodig zijn voor een beslissing omtrent de subsidie; de te verzekeren risico’s; het stellen van zekerheid voor verleende voorschotten; het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn; het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van de subsidie voor derden. 3.. Het college kan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen opleggen conform artikel 4:38 lid 1 Awb die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. Deze doelgebonden verplichtingen kunnen onder meer betrekking hebben op: de kennis en ervaring van het personeel voor zover dat personeel betrokken is bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten; de wijze waarop gebruikers, vrijwilligers en beroepskrachten worden betrokken bij het ontwikkelen en uitvoeren van beleid van de subsidieontvanger; aard, deugdelijkheid, inrichting, beheer en toegankelijkheid van voorzieningen. 4.. Het college kan tevens niet doelgebonden verplichtingen opleggen conform artikel 4:39 lid 1 Awb met het oog op onder meer: milieubelangen; bescherming van minderheden; emancipatorische aangelegenheden; publicatie van de door de gemeente Eijsden-Margraten verstrekte subsidie. 5.. De verplichtingen kunnen na de subsidieverlening worden uitgewerkt, voor zover de beschikking tot subsidieverlening dit vermeldt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel