Naar hoofdinhoud
1.. Voor de segmenten genoemd in hoofdstuk 8 Bijzondere bepalingen, wordt de subsidie verleend op grond van een basisbedrag per segment en/of een ledensubsidie. De ledensubsidie is gebaseerd op een bedrag per actief en contribuerend lid (peildatum bepaling aantal leden is 1 januari van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar of de subsidieperiode). 2.. Bij de berekening van de ledensubsidie kan een onderscheid gemaakt worden tussen het bedrag per contribuerend actief jeugdlid en het bedrag per contribuerend actief volwassen lid. Dit wordt per segment separaat bepaald. 3.. De verleende ledensubsidie kan binnen de subsidieperiode alleen aangepast worden bij een stijging of daling van het aantal actieve en contributiebetalende leden met minimaal 20%. 4.. Basisbedragen per segment, bedragen per jeugdlid en volwassen lid en/of overige bijdragen worden jaarlijks door het college vastgesteld in het subsidieprogramma, bevattende de op grond van deze verordening te verlenen subsidiebijdragen, uitgesplitst in een subsidieplafond per categorie van instellingen en verdeelmaatstaven. 5.. et aantal segmenten en het aantal te subsidiëren vrijwilligersorganisaties per segment is gelimiteerd tot maximaal het aantal genoemd in het eerste subsidieprogramma na inwerkingtreding van deze verordening. 6.. Uitbreiding van het aantal te subsidiëren vrijwilligersorganisaties per segment en het aantal segmenten is ter beoordeling van het college.

Rechtspraak bij dit artikel