Naar hoofdinhoud
Op basis van artikel 40, eerste lid, van de Wet WOZ wordt het waardegegeven van een onroerende zaak verstrekt aan een ieder die kan aantonen uit hoofde van de belastingheffing te zijnen aanzien een gerechtvaardigd (fiscaal) belang te hebben bij de verkrijging van dat gegeven. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een gerechtvaardigd belang, heeft de Waarderingskamer, die toezicht houdt op de waardebepaling en -vaststelling binnen de Wet WOZ, een instructie opgesteld, de Instructie gerechtvaardigd belang. In deze Instructie is bepaald dat de heffingsambtenaar een afweging maakt tussen rechtsbescherming en privacy. Bij de rechtsbescherming gaat het om het bieden van de mogelijkheid aan een belanghebbende om de eigen beschikking te toetsen in verband met belasting die van hem wordt geheven. Bij de vraag in hoeverre gegevens openbaar worden gemaakt, gaat het om de algemene regels van privacybescherming die in acht moeten worden genomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel