Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 8a

Mandaat en machtiging

Onderdeel van Instructie griffier provincie Groningen 2015

1. . Provinciale Staten verlenen mandaat en machtiging aan de griffier tot: het aanwijzen van een of meerdere plaatsvervangend griffiers na overleg met de werkgeverscommissie; het afhandelen van klachten in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht, over bij de griffie werkzame medewerkers. het vertegenwoordigen in bezwaar- en beroepsprocedures en het uitvoeren van alle relevante handelingen die daarmee samenhangen; besluiten op verzoeken op grond van artikel 3 Wet openbaarheid van bestuur; besluiten op verzoeken op grond van artikel 15 tot en met 21 Algemene verordening gegevensbescherming; het uitvoeren van feitelijke handelingen, niet zijnde privaatrechtelijke rechtshandelingen of besluiten zijn in de zin van artikel 1:3 Awb, die verband houden met de ondersteuning van Provinciale Staten. 2. . De griffier is bevoegd ondermandaat of ondermachtiging te verlenen van het bepaalde in het eerste lid onder c t/m f. 3. . In bestuurlijke gevoelige zaken wordt van de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid gebruik worden gemaakt na voorafgaand overleg met het presidium. 4. . De griffier informeert het presidium periodiek en op verzoek tussentijds over de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid. 5. . De ondertekening van in mandaat genomen besluiten luidt: Provinciale Staten van Groningen, namens dezen: (handtekening en de naam van de griffier). de griffier.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel