Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening op de beplantingen in Leiderdorp 2009

Deze verordening verstaat onder: Beplanting: alle houtopstanden en overige al dan niet overblijvende gewassen, waaronder begrepen heesters, struiken, bloemen en planten; Een houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen; Een boom: een houtachtig overblijvend gewas, waarvan de dwarsdoorsnede van de stam, of ingeval dit gewas meer stammen heeft de dwarsdoorsneden van één van de stammen, ten minste 15 cm, gemeten op 1,30 m boven het maaiveld, bedraagt. In afwijking van het hiervoor gestelde kan de dwarsdoorsnede kleiner zijn dan 15 cm gemeten op 1,30 m centimeter boven het maaiveld, indien sprake is van: • Een monumentale boom of bijzondere beschermwaardige houtopstand als bedoeld in artikel 6; • Een houtopstand onderdeel uitmakend van de hoofdgroenstructuur; • Een houtopstand in het kader van een herplant- of instandhoudingsplicht als bedoeld in artikel 13, 17 en 19; Een boom in het openbaar gebied: een boom in eigendom van overheden, bijvoorbeeld gemeente, provincie, waterschap of rijkswaterstaat, staande in de openbare ruimte, dan wel een boom toebehorend aan een particulier en staande op een particulier terrein; met een openbaar karakter; Een particuliere boom: een boom in eigendom van een particulier, bijvoorbeeld een burger, bedrijf, stichting of vereniging, welke niet in de openbare ruimte staat; Hakhout: één of meer bomen, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; Een monumentale boom: een bijzondere beschermwaardige boom of houtopstand met een hoge leeftijd, ouder dan 80 jaar, en met een bijzondere schoonheid- of zeldzaamheidswaarde, of een bijzondere functie voor de omgeving; Een bijzonder waardevolle boom: een beschermwaardige houtopstand ouder dan 50 jaar, en met een bijzondere dendrologische, natuurwetenschappelijke of cultuurhistorische waarde; Hoofdgroenstructuur: vastgestelde opbouw en onderlinge samenhang van beplanting in een bepaald gebied, in relatie tot het desbetreffende gebied die is vastgelegd in het geldende Groenstructuurplan Leiderdorp; De bebouwde kom: het ingevolge het bepaalde in artikel 1, vijfde lid, van de Boswet door de raad van Leiderdorp genomen besluit, waarbij voor de toepassing van de Boswet en deze verordening de grenzen van de bebouwde kom zijn vastgesteld en welk besluit is goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland; De boomwaarde: de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs voor bomen; Bomenfonds: het gemeentelijk fonds voor onderhoud en instandhouding van bijzonder waardevolle opstanden; Herplantfonds: het gemeentelijk fonds voor uitbreiding van houtopstanden; Het vellen: het rooien, met inbegrip van het verplanten van houtopstand, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben; Het knotten en/of kandelaberen: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takken bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud; Het dunnen: periodiek noodzakelijke vellingen binnen een houtopstand, ter bevordering van de leefbaarheid van de overblijvende houtopstanden, waarbij het natuurlijk verloop van het desbetreffende milieu in stand blijft; Een ruimtelijke ontwikkeling: een ontwikkeling, zoals de bouw van één of meerdere woningen en andere gebouwen, de aanleg of het verleggen van een weg, het leggen van kabels en leidingen, het herinrichten van een gebied, die grote invloed kan hebben op de openbare ruimte; een Quick-scan: rapportage met inventarisatiegegevens van ‘groene’ elementen binnen en nabij de projectgrenzen en een effectenstudie van de geplande ruimtelijke ontwikkeling op de aangetroffen elementen; een Groentoets: een quick-scan uitgebreid met een plan van aanpak voor mitigerende en compenserende maatregelen om ervoor te zorgen dat de effecten van de geplande ruimtelijke ontwikkeling op de kwaliteit van het groen op en nabij de locatie van de ontwikkeling wordt gewaarborgd; Iepenziekte: de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi (Buism.) C. Moreau); Iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus multistratus (Marsch) en Scolytus pygmaeus; Ecologische verbindingszone: een natuurlijke verbinding tussen belangrijke, kwetsbare en bijzonder waardevolle natuurgebieden. Heesters: een houtige plant, die zich onmiddellijk boven of reeds in de grond vertakt in een aantal takken, die meer of minder dik kunnen worden. Er wordt dus geen stam gevormd; Bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel