Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Wijziging van de Regeling Cafetariamodel

Onderdeel van Regeling mobiliteitsbudget woon-werkverkeer Den Haag

Artikel 6.1 van de Regeling Cafetariamodel komt te luiden: Artikel 6.1 Voor zover de geldende fiscale bepalingen dit mogelijk maken, worden de onderstaande doelen als bestedingsmogelijkheden aangemerkt als bedoeld in artikel 4a:3 lid 1 van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Den Haag: een fiets voor het woon-werkverkeer, met aan een fiets samenhangende zaken dienstbaar aan het woon-werkverkeer en een fietsverzekering; vakliteratuur; studie of opleiding voor een beroep; een fiscaal onbelaste aanvullende vergoeding voor de reiskosten van woon-werkverkeer; vakbondscontributies; bedrijfsfitness. De ambtenaar kan ten hoogste eenmaal per vijf jaar een of meerdere bronnen inruilen ten behoeve van de bestedingsmogelijkheid, bedoeld in het eerste lid, onder a. In afwijking van het tweede lid geldt ten aanzien van de medewerker die in 2011 of 2012 met gebruikmaking van deze regeling een fiets voor woon-werkverkeer heeft aangeschaft en dit wederom wil doen, eenmalig een termijn van drie jaar. De aanvullende vergoeding, bedoeld in het eerste lid, onder d, kan slechts als doel worden gekozen als de ambtenaar met een voltijds dienstverband in het kalenderjaar waarop het verzoek betrekking heeft, minimaal 128 dagen van zijn woonplaats naar de plaats van tewerkstelling en vice versa reist, ongeacht de wijze van vervoer. In geval van een deeltijds dienstverband bedraagt het minimale aantal dagen: 128, vermenigvuldigd met een breuk waarvan de noemer 5 is en de teller het aantal dagen per week waarop woon-werkverkeer door de ambtenaar plaatsvindt. Onder woon-werkverkeer, woonadres en plaats van tewerkstelling wordt verstaan hetgeen daarover in de Regeling mobiliteitsbudget woon-werkverkeer Den Haag is vastgelegd. De aanvullende vergoeding, bedoeld in het eerste lid, onder d, wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 3 van de Regeling mobiliteitsbudget woon-werkverkeer Den Haag, met dien verstande dat: in afwijking van het tweede lid van voornoemd artikel geen vermindering plaatsvindt met alle kilometers boven het aantal van 30, in afwijking van het vierde lid van voornoemd artikel het daarin bedoelde berekeningsresultaat wordt vermenigvuldigd met de fiscaal vrijgestelde vergoeding per kilometer en het mobiliteitsbudget dat de ambtenaar in dat jaar ontvangt uit hoofde van voornoemde regeling, in mindering wordt gebracht op het uiteindelijk resultaat van de berekening. De door de ambtenaar aangegeven ruil van een of meer bronnen ten behoeve van de aanvullende vergoeding, bedoeld in het eerste lid, onder d, wordt in de daaropvolgende jaren voortgezet, tenzij de ambtenaar tijdig schriftelijk aangeeft deze ruil stop te zetten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel