**1..** Het mobiliteitsbudget wordt eenmalig vastgesteld aan de hand van de volgende factoren:
de afstand tussen het woonadres en de plaats van tewerkstelling van de ambtenaar,
het aantal dagen per kalenderjaar waarop woon-werkverkeer plaatsvindt en
de kilometervergoeding van € 0,09.
**2..** De afstand, bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt berekend met gebruikmaking van de routeplanner Routenet, met auto en met fiets als vervoermiddel, waarna de kortste route wordt gekozen. Als de ambtenaar al een financiële vergoeding of tegemoetkoming ontvangt voor de afstand of een deel daarvan, blijft de desbetreffende afstand in de berekening buiten beschouwing. De afstand enkele reis wordt verminderd met alle kilometers boven het aantal van 30. Het resultaat wordt vermenigvuldigd met twee en rekenkundig afgerond op één decimaal.
**3..** De met toepassing van het tweede lid berekende afstand wordt vermenigvuldigd met het aantal dagen per kalenderjaar waarop woon-werkverkeer plaatsvindt, waarbij het aantal dagen rekenkundig wordt afgerond op één decimaal. In geval van een voltijds dienstverband is het maximale aantal dagen woon-werkverkeer in een kalenderjaar: 214 dagen. In geval van een deeltijds dienstverband is het maximale aantal dagen woon-werkverkeer in een kalenderjaar: 214 dagen, vermenigvuldigd met een breuk waarvan de noemer 5 is en de teller het aantal dagen per week waarop woon-werkverkeer door de ambtenaar plaatsvindt. Hierbij is al rekening gehouden met kortstondige afwezigheid wegens vakantie, ziekte en verlof.
**4..** Het resultaat van de berekening op grond van het derde lid wordt vermenigvuldigd met de kilometervergoeding, genoemd in het eerste lid.
Artikel 3
Vaststelling mobiliteitsbudget
Onderdeel van Regeling mobiliteitsbudget woon-werkverkeer Den Haag