**1..** De bij de ruiming van een graf aanwezige overblijfselen van lijken en/of
asbussen, worden respectievelijk begraven en verstrooid op een door het
college van burgemeester en wethouders aangewezen gedeelte van de
begraafplaats.
**2..** Het college van burgemeester en wethouders kan na een schriftelijk
verzoek de rechthebbende op een eigen graf toestemming verlenen om de
overblijfselen van de overledenen die zich bevinden in het graf waarop
het uitsluitend recht betrekking heeft, opnieuw te doen begraven in een
ander graf.
**3..** Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf
kunnen gedurende een periode van één jaar voor beëindiging van de
grafrusttermijn de beheerder schriftelijk verzoeken bij de ruiming de
overblijfselen indien mogelijk bijeen te doen brengen voor herbegraving
in een graf elders.
**4..** Ruiming en herbegraving zoals bedoeld in lid 3 zal niet eerder
plaatsvinden dan na beëindiging van de minimale grafrusttermijn van de
laatst in gebruik genomen begraaflaag.
**5..** De rechthebbende van een eigen graf kan de beheerder schriftelijk
verzoeken bij de ruiming de overblijfselen indien mogelijk bijeen te
doen brengen voor herbegraving of bijzetting elders of te doen
verstrooien.
Artikel 26
Artikel 26
Onderdeel van Verordening voor het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen